Zoeken

De tand des tijds

Jaroslav Hašek

Jaroslav Hašek (1883-1923) is een naam die misschien weinig belletjes zal doen rinkelen. “Wat doet hij dan op deze blog!”, hoor ik u al denken? Zijn invloed op literaire ontwikkelingen is niet te onderschatten. Daarnaast was hij ook een bijzonder man, een bohemien uit Bohemen, een anarchist die aanschurkte bij de Bolsjewieken, maar vooral een tegendraadse stem die het absurdisme gebruikte in zijn afkeer voor oorlog en autoriteit. Welkom in de wondere, bizarre en subversieve wereld van Jaroslav Hašek, de Bad Bohemian.

Image result for jaroslav hasek
Jaroslav Hašek, de Bad Bohemian

Ontheemd in de Bohemen

Image result for austria hungary 1883
Het lappendeken van Oostenrijk-Hongarije in 1883

Hašek werd in 1883 geboren in Praag, op het moment dat de hoofdstad van Tsjechië, net als het hele land, nog deel uitmaakte van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije en bestuurd werd door Duitstalige bureaucraten. Onder leiding van de Habsburgse keizers was het keizerrijk een log en verouderd vehikel geworden, dat verschillende naties en nationaliteiten onder de knoet probeerde te houden. Terwijl deze broeihaard zou ontploffen in Oost-Europa, onder impuls van de panslavistische beweging in Servië en Bosnië, groeide ook het Tsjechische resentiment.

Hašek was de zoon van een wiskundeleerkracht met een drankprobleem, en leefde samen met zijn gezin, nog bestaande uit zijn moeder, een jongere broer en een nicht in armoede. Door vaak van plek naar plek te verhuizen kreeg de jonge Hašek nooit het gevoel ergens thuis te horen. Zijn ontheemde staat werd de norm, iets wat zijn vrijblijvendheid in latere jaren misschien kan verklaren. Zijn schoolcarrière verliep moeilijk, hoewel hij uiteindelijk wel zou afstuderen in de handelsschool. Na enkele mislukte avonturen, onder andere als bankklerk, een job die stopte omdat hij liever naar de kroeg ging dan zijn job uit te voeren, en hondenfokker, koos hij voor een grotere vrijheid, en stortte hij zich op de journalistiek en de literatuur.

De anarchist-soldaat

Hašek had ondertussen de vrouw van zijn leven (of toch voor even) ontmoet, maar de ouders van Jarmila Mayerová moesten niets weten van hem, aangezien hij vanaf 1906 was toegetreden tot de anarchistische beweging in Praag. Hierdoor was hij ook al enkele keren in aanraking komen met het gerecht en de politie, onder andere door vandalisme en een gevecht met een politieagent.

Hopend dat hij haar ouders kon overtuigen van zijn goede aard en intenties probeerde hij het anarchisme achter zich te laten en zich toe te leggen op een carrière als schrijver en journalist, met wisselend succes. Hij schreef een massa kortverhalen en werd zelfs even redacteur van een magazine over dieren, waar hij echter werd ontslagen omdat hij artikels publiceerde over dieren die hij zelf had verzonnen en andere artikels had geplagieerd. Ondertussen was hij wel succesvol getrouwd met Jarmila Mayervá, maar het huwelijk zou maar drie jaar duren en in 1913 was het echtpaar opnieuw uit elkaar, alleen niet officieel gescheiden. De gekkigheid hield in 1914 echter even op.

De oorlog brak uit, waarbij Oostenrijk-Hongarije aan de zijde van Duitsland vocht tegen Rusland, Frankrijk en Engeland. Hašek sloot aan bij het Oostenrijk-Hongaarse leger. In de korte tijd dat hij daadwerkelijk in dienst was, vond hij inspiratie voor zijn roman De Brave Soldaat Švejk. Maar in 1915 zou hij al meteen opgepakt worden door de Russen. Daar werd hij naar een kamp gevoerd, waar hij zich op slinkse wijze staand wist te houden en zelfs het vertrouwen van de kampbewaarders te winnen, terwijl er voor de Tsjechen normaal gezien weinig sympathie was weggelegd.

De Bolsjewiek-anarchist

Hašek in 1920

In 1916 mocht hij het kamp verlaten en kwam hij terecht bij het Tsjechoslowaaks legioen, dat de oorlog wou gebruiken om de onafhankelijkheid van Bohemen, Moravië en Slowakije te forceren. Het verhaal van Hašek wordt zo mogelijk nog vreemder. Na de Russische revolutie blijft hij gewoon in Rusland en wordt hij zelfs Bolsjewiek. In Moskou hertrouwt hij, hoewel hij officieel nog niet gescheiden is met Jarmila. Twee jaar na de revolutie keert Hašek terug naar Praag.

Daar is zijn reputatie er niet op verbeterd. Hij was doodverklaard tijdens de oorlog (en schreef later ook een spottend artikel over zijn eigen overlijdensbericht). Maar bij zijn terugkomst wordt hij niet enkel gezien als een verrader, die aanleunde bij de Russische vijand tijdens de oorlog, maar ook een oproerstoker en een bigamist (terecht). Dat bemoeilijkt zijn literaire carrière, ook al werkt hij aan het boek dat zijn naam willens nillens de tand des tijds zou doen verleven. Osudy dobrého vojáka Švejka za světové války of de lotgevallen van de brave soldaat Švejk tijdens de wereldoorlog.

De schrijver

Related image
Hašek in zijn latere jaren

Los van de interessante figuur die Hašek was, krijgt hij hier vooral een plaatsje in de hall of fame van de Tand des Tijds vanwege bovenstaand werk, een bijzonder boek dat qua stijl (die eigenlijk ontbreekt of divers is) en geest (die ook alle kanten uitgaat) de tijdsgeest zowel omvat als radicaal overstijgt. De brave Soldaat Švejk is een semi-autobiografisch relaas over een soldaat die tijdens wereldoorlog I gaat vechten maar daar op (onbedoeld) subversieve wijze zijn oversten tot wanhoop drijft. Hašek gebruikt allerlei stijlen en genres, onder andere ook nieuwsberichten, liederen, monologen,…

Het enthousiasme van Jozef Švejk, en het feit dat hij alle instructies letterlijk neemt, doet zelfs de krijgsheren twijfelen aan zijn mentale gezondheid. Het is niet duidelijk of Švejk simpel is of doet alsof. Na een korte opname wordt hij toch naar het leger gestuurd. Daar wordt hij o.a. de dienstknecht van een legerkappelaan die hem moet afstaan aan een luitenant bij een partijtje kaarten. Ook komt hij bijvoorbeeld te laat voor de trein, waardoor hij de reis naar het kamp van zijn regiment te voet moet doen en bij aankomst aanzien wordt als desserteur, wat nog eens wordt herhaald wanneer hij na een wandelpartijtje een Russisch uniform aandoet. Švejk weet zichzelf continu in problemen te werken, maar geraakt er ook steeds weer uit, door zijn gelatenheid en zijn omarming van de dwaasheid.

De personages zijn absurd en cynisch. De boodschap is duidelijk. De gewone man moet vechten in een oorlog die hem niet interesseert voor een keizer die niemand leuk vindt. De staatspolitie en het gevangenispersoneel zijn sadistisch en corrupt. Conservatie personages blijken er een bedenkelijke levenswandel op na te houden. De legertop stuurt mensen de ellende in terwijl ze zelf wentelen in incompetentie en decadentie. De dubbele moraal is overal. Maar dit alles wordt verpakt in een grote dosis humor en absurdisme.

De oorsprong van het boek lag in een kortverhalenbundel in 1912. Tussen 1921 en 1922 schreef hij de eerste driedelen van dit boek. Het was de bedoeling dat er nog twee of drie delen zouden volgen, waarin ook de periode bij de Russen werd behandeld, maar Hašek overleed op 40-jarige leeftijd, met een slechte gezondheid, overgewicht en een groot drankprobleem in 1923. Er kwam wel nog een postuum vierde deel uit.

Impact

Image result for the good soldier svejk

Misschien vallen sommige mensen die deze blog lezen redelijk hard uit de lucht. Toch had het boek in zijn tijd en ook daarna een zekere culturele en maatschappelijke impact. Het had een rechtstreeks invloed op onder andere Joseph Heller en zijn Catch 22. Bertolt Brecht schreef dan weer een door Hašek geïnspireerd vervolg over de tweede wereldoorlog. Ondanks de luchtige, absurde toon was De brave soldaat een van de eerste romans die zo manifest anit-oorlog was en de gruwel en absurditeit van de 1ste Wereldoorlog in het bijzonder beschreef.

Ook maatschappelijk behield het zijn invloed, zeker in Centraal- en Oost-Europa, waar het een heel populair was en bleef. Anders dan Kafka schreef Hašek op toegankelijke wijze in zijn moedertaal. De Tsjechische taal bevat zelfs verwijzingen naar het boek. Švejking betekent de manier om om te gaan švejkárna, zogenaamde gebeurtenissen of instellingen die zo absurd zijn dat men een manier moet zoeken om er mee om te kunnen gaan of er door te geraken. Jozef Švejk wordt door zijn vermogen om zich door het leven te spartelen gezien als een Tsjechische volksheld. Een szwej is in Polen dan weer een doorwinterde soldaat, misschien wat raar, gezien de malavonturen van het hoofdpersonage.

Conclusie

Jaroslav Hašek heeft zeker zijn verdienste in de literatuur en de vroeg twintigste eeuwse cultuur, maar was ook een fascinerende figuur die zelf ook door de samenleving en het leven svejkte. Als man van twaalf stielen en dertien ongelukken wist hij toch geregeld zijn stempel te drukken en had hij een enorme literaire output. Hij heeft dan ook een belangrijke nalatenschap in de vorm van zijn boek De Brave Soldaat Svejk. Misschien is hij niet meteen een goed voorbeeld als mens, maar wel een interessant voorbeeld van de modernistische, onafhankelijke stem die met alles en iedereen lacht, inclusief met zichzelf en zo de maatschappijkritiek een absurde, humoristische dimensie gaf. Hij was hierin zeker niet de eerste, maar door zijn unieke levensverhaal en -stijl verdient hij zeker een plaatsje op deze tand des tijds.

 

 

 

 

 

 

Bonifatius VIII

Mijn volgende gast op deze historische blog is een oude vriend. Met dit onderwerp, weliswaar toevallig uit mijn lijst historische figuren gerold, keer ik zelf ook even terug in de tijd. In mijn eerste bachelor geschiedenis moesten wij een beknopte biografie schrijven over een historisch figuur, eerder om het vinden en bestuderen van bronnen efficiënter te maken dan echt om de diepte in te gaan. Ik had dus het plezier om mij toe te spitsen op een paus die in zijn korte pontificaat voor heel wat religieuze en wereldlijke deining zorgde. Voor mij is dit dus een terugkeer naar het leven en werk van Benedetto Caetani (1230-1303), beter bekend als Bonifatius VIII.

Voorbestemd voor een kerkelijke carrière

Image result for Benedetto Caetani
Portret van Benedetto Caetani

Benedetto Caetani werd in 1230 geboren in Anangni, enkele tientallen kilometers ten zuidoosten van Rome. De pauselijke kringen waren in die tijd bijzonder gericht op Italië, en dus werd het vaak letterlijk een ons kent ons-verhaal, waarbij kerkelijke ambten werden gegeven aan mensen met een persoonlijke en zelfs familieband. Ook de jonge Benedetto had goede connecties. Zijn moeder was de nicht van paus Alexander IV, zelf een neef van Gregorius IX.

Alsof dat nog niet genoeg was had de jonge Benedetto ook twee ooms die zijn carrière (eerder dan roeping) konden lanceren. Eerst kwam hij onder voogdij van zijn ene oom, broeder Leonardo Patrasso in het klooster van Velletri. Vervolgens werd hij, in 1252, opgepikt door zijn andere oom Pietro Caetani, toen deze bisschop van Todi, in Umbrië werd. In tussentijd verwierf hij ook meer en meer geestelijke macht (zo werd hij kannunik in o.a. Todi) en wereldlijke macht (o.m. door het verwerven van bezittingen en inkomsten). Benedetto was klaar voor het belangrijkste toneel: de pauselijke entourage.

In het zog van de paus(en)

Image result for Celestinus V
Celestinus V, de sobere paus

Tussen zijn eerste stappen in de rangen van de Kerk tot zijn uiteindelijke verkiezing als paus Bonifatius VII, zaten niet enkel meer dan 40 jaar, maar ook een hele resem pausen, de een al invloedrijker en bepalender dan de ander. Deze waren respectievelijk:

Innocentius IV (1243-1254): Schreef Ad extirpanda, een pauselijke bul die de foltering van ketters toestond.
De eerder vermeldde Alexander IV (1254-1261): Initieerde de inquisitie in Frankrijk. Weliswaar vooral gericht tegen ketterij, want hekserij was volgens hem geen bevoegdheid.
Urbanus IV (1261-1264): Legde het Hoogfeest van het Allerheiligst Sacrament vast als officiële feestdag in de Rooms-katholieke Kerk.
Clemens IV (1264-1267): Beschermheer van Thomas van Aquino en Roger Bacon
Gregorius X (1271-1276): Werd verkozen na drie jaar conclaaf en hervormde de verkiezing van de paus
Innocentius V (1276): Intelligent man, maar stierf na 5 maanden als paus.
Adrianus V (1276): Deed nog beter en stierf na 1 maand en 7 dagen.
Johannes XXI (1276-1277): Sloeg nummer XX over en werd zo als 20ste Johannes toch Johannes XXI.
Nicholaas III (1277-1280): Werd in de Inferno van Dante bij de Simonisten gestoken, mensen die kerkelijke mandaten verkochten.
Martinus IV (1281-1285): Zat in de broekzak van Karel van Anjou, koning van Sicilië
Honorius IV (1285-1287): Consolideerde de pauselijke macht in de Pauselijke Staten en de relaties met de Keizer van het Heilig Roomse Rijk.
Nicholaas IV (1288-1292): Werd verkozen na een moeilijk conclaaf.
Celestinus V (1294-1294): Kluizenaar-paus. Trad vrijwillig af, een zeldzaamheid in de geschiedenis van het pausdom.

Echt veel continuïteit was er in die periode dus niet echt. Dat mocht Benedetto zelf ondervinden. Hij werd in 1264 gezant in het gezelschap van de latere Martinus IV, toen die in opdracht van Urbanus IV de onderhandeling aanging met Karel van Anjou over de kroon van Napels-Sicilië, wat een jaar later werd overgenomen en aangepast door diens opvolger Clemens IV. Verder zou hij ook naar Engeland reizen in het gezelschap van de latere Adrianus V en Gregorius X. Benedetto begaf zich in de hoogste kerkelijke kringen, wat zijn latere kansen als paus zeker geen kwaad deden. In de jaren daaropvolgend kreeg hij de ene beneficie na de andere, waardoor naast zijn invloed ook zijn rijkdom toenam. Zijn  diplomatieke missies brachten hem ondertussen naar onder andere Umbrië, Portugal, Frankrijk en Aragon.

Een machtswissel in het Vaticaan

Image result for Benedetto Caetani
Bonifatius VIII

Celestinus V trad onverwacht zelf af, eerder dan dood te gaan, iets wat niet echt voorzien was. Tien dagen later startte het conclaaf in Napels. De verkiezing van Benedetto verliep vlot en hij koos als naam Bonifatius VIII. Hij stond voor een sterke Kerk die ook op het wereldlijke toneel het voor het zeggen moest hebben. Ieder moest met het oog op een zuiver leven Gods woord en voorbeeld volgen en dus was iedereen ondergeschikt aan de Kerk en dus aan de Paus. Dit codificeerde hij in zijn pauselijke bul Unam Sanctam in 1302. Maar in de jaren daarvoor had hij het ook in de praktijk gebracht.

Zijn eigen invloed probeerde hij te versterken door het benoemen van verschillende kardinalen, die vaak heel dicht bij hem stonden. Hij gebruikte ook een conflict binnen de machtige Colonna-familie om kardinaal Jacopo Colonnas invloed in te perken. Verder creëerde hij ook nog kardinaalsposten om zo getrouwen in de pauselijke invloedssfeer te krijgen. Zo benoemde hij drie neven. Hij probeerde ook de macht van de Fransen en de Benedictijnen te counteren.

Voor we naar zijn conflict met de Franse koning kijken, mag het ook wel gezegd zijn dat hij zijn stempel drukte op vlak van theologie. Hij verzamelde met zijn Liber Sextus kerkelijke wetteksten, zogenaamde pauselijke decretalen. Verder stichtte hij in 1303 ook de universiteit van Rome. Hiermee wou hij een religieus tegengewicht bieden tegen de meer seculiere universiteiten in Bologna en Padua. Daarnaast kondigde hij, om de pauselijke inkomsten te verhogen, in 1300 ook het eerste Kerkelijke jubileumjaar (Heilige jaar) aan.

Ook speelde hij, net als zijn voorgangers een politieke rol in Sicilië en in Firenze, waar hij in het conflict tussen de Witte en de Zwarte Welfen ervoor zorgde dat deze laatsten de bovenhand verkregen. Dante Alighieri, lid van de eerste groep, “beloonde” Bonifatius met een plaatsje in zijn Inferno, drie jaar voor zijn dood. Hij wordt vooral beticht van simonie en geldhonger.

De clash met Frankrijk

Image result for Philippe IV Boniface
Beeltenis van Bonifatius en Filips IV, geproduceerd door de chocolaterie van het kloostr van Aiguebelle.

Zijn afkeer voor Franse kardinalen was geen toeval. Een groot deel van zijn pontificaat woedde er een strijd met de Franse koning Filips IV le bel, de man die op 11 juli 1302 een nederlaag leed in het Graafschap Vlaanderen. De oorsprong van het conflict tussen de koning en de paus lag zoals zo vaak in de nood aan geld door een continue oorlogsvoering. Zowel de Franse koning als zijn tegenhanger Edward I voerden diverse belastingen in die de clerus moest betalen, om zo de staatskas te spijzen. Bonifatius trachtte het dispuut te settelen met een bul, waarin hij voor het eerst stelde dat koningen ondergeschikt waren. Ondertussen legde Filips de financiering en handel naar Rome droog. Uiteindelijk ging Bonifatius overstag, aangezien de Franse boycot erg voelbaar was in het Vaticaan en de Pauselijke staten.

De vrede tussen de twee was echter van korte duur. Wanneer Filips de pauselijke legaat in Frankrijk, Bernard Saisset, arresteerde en veroordeelde voor het rebelleren en samenzweren tegen de Franse troon, probeerde Bonifatius de Franse clerici tegen de koning op te zetten, met wisselend succes. Philips verzamelde de drie standen in Parijs, die hem alle drie steunden, hoewel er ook clerici uit loyauteit naar Rome wilden trekken, wat door de Franse koning onmogelijk werd gemaakt. Enkele maanden later werd Filips verslagen in het graafschap Vlaanderen. Het verhaal gaat dat Bonifatius VIII zich liet wekken, uit interesse voor de uitkomst van de veldslag, en erg tevreden was met de nederlaag van zijn politieke tegenstander.

In september 1303 arriveerde Filips uiteindelijk in Italië, waar hij samen met Sciarra Colonna, de neef van de door Bonifatius geviseerde kardinaal Jacopo Colonna, met militaire daadkracht de paus op de knieën wou krijgen. Deze laatste zou Bonifatius in het gezicht hebben gemept. De tijdens een korte periode gevangen paus zou nog andere verwondingen hebben opgelopen en een maand na zijn vrijlating overleed hij op 73-jarige leeftijd. Hij werd opgevolgd door Nicola Boccasini die zichzelf Benedictus XI kroonde en vooral werd gekozen omdat hij wel een goede verstandhouding had met de Franse koning. Uiteindelijk zou hij toch maar 8 maanden paus blijven, vermoedelijk vergiftigd door Guillaume de Nogaret, een raadsman van Filips, die door Benedictus was geëxcommuniceerd. Ook na de dood van Bonifatius bleef de relatie tussen de kerkelijke en de (Franse) wereldlijke macht duidelijk moeilijk. Filips probeerde Bonifatius na zijn dood nog te veroordelen voor ketterij, maar Clemens V, die hier aanvankelijk was in meegegaan, liet dit postuum proces uiteindelijk een stille dood sterven.

Conclusie

Image result for boniface VIII
Giottos fresco van Bonifatius VIII (c. 1297)

Bonifatius VIII is geen mainstreampaus zoals pakweg Urbanus II, Alexander VI, Gregorius XIII, Johannes XXIII of Johannes Paulus II. Maar hij is wel een mooi voorbeeld van een paus die actief was in de strijd tussen het wereldlijke en het kerkelijke dat in de hoge middeleeuwen volop woedde, met vaak excommunicaties tot gevolg. Bonifatius was, vanwege zijn familiale band met pausen en bisschoppen allerhande, voorbestemd voor een mooie carrière in de Kerk en wist zich met diplomatie en wereldlijke invloed uiteindelijk tot paus te laten verkiezen. Daar koos hij vanuit een visie van absolute kerkelijke macht voor het conflict. Bonifatius VIII was een van de laatste middeleeuwse pausen die op deze manier de macht en invloed kon vergroten. Het conflict met de koning van Frankrijk zorgde er wel voor dat er daarna een bocht werd genomen. Van 1309 tot 1370 zouden de pausen Rome zelfs verlaten ten voordele van Avignon.

 

 

 

Amelia Earhart

AE1
Amelia Earhart

Beter laat dan nooit, en dus wordt de tand des tijds van onder het stof gehaald. En voor deze heugelijke gebeurtenis pak ik uit met een inspirerende vrouw waar een tragisch en mysterieus verhaal aan vasthangt. Amelia Earhart, pionier van de luchtvaart en van de emancipatie van vrouwen in deze door mannen gedomineerde sector, zou tijdens haar leven steeds nieuwe avonturen opzoeken. Maar een poging om rond de wereld te vliegen, eindigde abrupt in 1937 en is tot op de dag van vandaag onopgelost.

Prille avonturen

Amelia was een actief en nieuwsgierig kind, die geen gelegenheid liet passeren om op ontdekking en onderzoek te gaan. Ze klom in bomen, deed gevaarlijke trucjes op haar slee en had een collectie dieren en insecten die ze verzamelde tijden haar vele tochten. Ze had ook een documentatiemap met artikels over vrouwen die het uitstekend deden in de traditionele mannenbastionnen, zoals de filmwereld, de advocatuur of marketing. Het was van jongs af aan duidelijk dat ze haar eigen pad wou en zou bewandelen.

Tijdens haar vervolgopleiding na haar middelbaar, besloot ze om in 1917 naar Toronto te vertrekken waar ze als verpleegster gewonde soldaten ging verzorgen. Ze stond in voor de maaltijden en het uitdelen van de voorgeschreven medicatie aan de soldaten. Daar werd ze zelf het slachtoffer van de Spaanse griep, waar ze blijvend een probleem aan haar sinussen aan zou overhouden. Na een moeizame herstelperiode, en een eerste persoonlijke ervaring met een vliegtuig, keerde ze terug naar haar thuisland, waar ze zich in Columbia University inschreef in 1919. In 1920 keerde ze terug naar haar ouders in California. Het was hier dat de ontmoeting zou plaatsvinden die de rest van haar leven zou bepalen.

Vliegtuigcursus

Op 28 december 1920 ontmoette de dan 23-jarige Earhart haar leeftijdsgenoot Frank Hawks, een piloot van de luchtmacht die zijn kunsten toonde op vliegtuigdemonstraties. Op deze dag, in Los Angeles, nam hij haar gedurende 10 minuten mee op een vlucht. Earhart had de vliegtuigmicrobe te pakken. “By the time I had got two or three hundred feet [60–90 meter] off the ground, I knew I had to fly.”, zei ze later over deze vlucht.

AE2
Earhart en Frank Hawks

Ze besloot om vlieglessen te nemen, geen evidente en vooral geen goedkope keuze. Om dit te financieren nam ze verschillende jobs aan. Ze klopte aan bij Mary Anita Snook, beter bekend als Neta Snook. Hoewel ze zelf ook maar 24 was, had ze als een van de eerste vrouwelijke piloten van de Verenigde Staten al enkele jaren ervaring, waarbij ze ook zelf een vliegtuig op orde had gezet. Ze had dus zowel de vliegervaring als inzicht in mechaniek.

Ondanks een moeilijk begin, zette Earhart door en kocht ze zelfs haar eigen vliegtuig, van het type Kinner Airster, dat ze vanwege de kleur the Canary doopte. Snook en Earhart werden goede vrienden. En anders dan Hawks, die op 41-jarige leeftijd crashte, zou Snook de gezegende leeftijd van 95 halen. In 1921 was zij de eerste vrouw die meedeed in een vliegtuigrace met mannen, waar ze vijfde werd. Ondanks haar uitgesproken ambitie, stopte ze een jaar later als pilote, nadat ze trouwde en een gezin stichtte.

AE3
Neta Snook & Amelia Earhart

 

Earhart haalde in 1923 uiteindelijk haar vliegbrevet en werd daarmee de 16de vrouw die een in ontvangst mocht nemen van de Fédération aéronautique internationale (FAI), de in 1905 opgerichte internationale vliegbond, waarvan België trouwens een van de 8 eerste leden was. Earhart kwam door enkele slechte investeringen wel in financieel moeilijk water terecht, waardoor ze vanaf 1925 onder andere ook ging lesgeven en als sociaal werker aan de slag ging.

Hoge toppen

Earhart bleef echter gemotiveerd en stelde zichzelf steeds nieuwe doelen. Zo werd ze in 1922 de eerste vrouw die hoger dan 4000 meter vloog. Haar volgende uitdaging was een transatlantische vlucht, iets wat ze in 1932 realiseerde toen ze van Newfoundland naar Derry in Ierland vloog. Daarmee werd ze de eerste vrouw en de tweede mens die dit verwezenlijkte, na Charles Lindbergh. De media begonnen haar meer en meer als diens vrouwelijke tegenhanger te beschouwen.

Earhart werd een celebrity, die haar naam en gezicht gaf aan verschillende producten en campagnes, ook al bleef ze haar bekendheid vooral inzetten ter promotie van de luchtvaart. Zij was, samen met Lindbergh, een van de figuren achter de commerciële luchtvaart. Ze begaf zich meer en meer in de kringen van the rich & the famous, kreeg decoraties voor haar ondernemingen en werd zo bevriend met onder andere de Roosevelts. In 1931 trouwde ze met uitgever en auteur George P. Putnam, maar stond er op om Amelia Earhart te blijven i.p.v. Amelia Putnam te worden. Ook maakte ze duidelijk aan haar echtgenoot dat ze haar leven zelf volledig wou uittekenen. Het is tekenend voor de vrijgevochtenheid waarmee Earhart in het leven stond.

AE4
Earhart, de celebruty

Ze zocht steeds nieuwe uitdagingen en records. In 1931 vloog ze 5613 meter hoog. Zo was ze de eerste vrouw om van west- naar ooskust te vliegen, de eerste persoon die solo van New York naar Mexico City en van het Amerikaanse vasteland naar Hawaï vloog. Daarnaast was zo ook actief in langeafstandsraces, in die tijd een gevaarlijke en zeer uitdagende bezigheid. Met deze stunts zocht ze niet alleen vertier, maar promootte ze ook de luchtvaart en in het bijzonder de positie van de vrouwelijke piloten. Om die reden richtte ze samen met enkele andere piloten mee The Ninety-Nines op, een organisatie voor vrouwelijke piloten. Op dat moment moest haar grootste stunt nog komen.

De reis rond de wereld

AE4
Earhart en Fred Noonan

Er waren reeds piloten geweest die de wereld hadden rondgevlogen. De eerste was Wiley Post, die daarmee ook het duurrecord verbrak van de Graf Zeppelin, een zeppelin die als eerste luchttoestel de wereld had rondgereisd. Earhart koos echter voor een langere route, en wou zo haar tijdgenoten de loef afsteken. Als toestel koos ze de Lockheed Electra 10E. In maart 1937 had ze een eerste poging ondernomen, maar was ze betrokken in een lichte crash. Drie maand later zou ze nog eens proberen.

De start van deze tweede poging vond plaats op 1 juni 1937 in California. Ze ondernam de vlucht samen met Fred Noonan, een ervaren navigator. Via Miami ging het naar Zuid-Amerika en zo naar Afrika om uiteindelijk via India naar Zuidoost-Azië te vliegen. Op 29 juni bereikten ze Lae, in Papoa-Nieuw-Guinea, waarbij ze reeds 35.000 kilometer hadden gevlogen, met nog 11.000 kilometer te gaan.

Hun volgende bestemming was Howland Island, een relatief klein en onbewoond eiland in de Stille Oceaan. Vanaf Lae ging het contact met de Electra verloren. Back-up communicatiemiddelen waren weggehaald om gewicht te besparen, en een tweede navigator, die bij de eerste poging wel aanwezig was, ging de tweede keer niet mee. Hij kon wel communiceren via morse, Earhart en Noonan niet. Ook werden er verkeerde afspraken gemaakt met de USCGC Itasca, die de Elektra veilig naar het eiland moest leiden.

Er werden diverse pogingen ondernomen tussen Earhart en de Itasca om communicatie op te zetten, maar door technische mankementen langs beide kanten lukte dit niet. Hoe dichter de Elektra bij Howland Island kwam, hoe wanhopiger de bemanning van de Itasca werd. Er werden in de dagen daarna nog vage berichten ontvangen, waarvan niet geweten is of deze van de Elektra afkomstig waren. Op 19 juli werd het vliegtuig en de twee passagiers officieel “lost at sea” verklaard. Op 5 januari 1939 werd ze ook officieel dood verklaard, hoewel het mysterie van haar verdwijning nooit is opgelost.

Theorieën

Er zijn met de jaren verschillende theorieën geponeerd over de verdwijning. De meest plausibele is dat ze doorheen de brandstof waren en uiteindelijk gecrasht zijn in het water. Een andere theorie stelt dat ze, gebaseerd op de communicatie en hun verkeerdelijke navigatie, ze op Garner Island zijn geland en daar overleden. Er werden wel degelijk zaken gevonden, zoals een schoen en wat geïmproviseerd werktuig, maar voor de rest niets dat deze these concreet bevestigd.

Er zijn ook minder waarschijnlijke verhalen. Volgens sommigen strandden ze op het eiland Saipan of de Marshall eilanden, alwaar ze geëxecuteerd werden door de Japanners. Hieraan gelinkt is de these dat het vliegtuig uit de lucht werd geschoten toen het over Japans territorium vloog. Volgens nog anderen waren Earhart en Noonan spionnen die door Franklin D. Roosevelt naar Zuidoost Azië waren gestuurd of hebben de twee de vlucht overleefd en hebben ze bij hun terugkeer in de VS een andere naam en identiteit aangenomen. Hoewel we het nooit zullen weten, lijkt de crash-theorie het meest plausibel.

Conclusie

Het tragische en mysterieuze van deze tweede recordpoging hebben er zeker voor gezorgd dat Earhart ook vandaag aandacht blijft krijgen. Haar verdwijning wordt in de VS vaak in een adem genoemd met andere onopgeloste mysteries zoals de verdwijning van Jimmy Hoffa of de moord op Elizabeth Short (de Black Dahlia). Maar Earharts verdienst is vooral dat ze een pionier was die zowel actief, door middel van promotie en verenigingen, als passief, vanwege haar prestaties en imago, een grote rol speelde in de populariteit van de luchtvaart bij vrouwen. In wereldoorlog II was er ook een significant aandeel vrouwen bij de luchtmacht. Met haar vrijgevochtenheid en bedeesde, koele maar zelfzekere imago, was ze een inspiratiebron voor vrouwen op alle domeinen. Het is ook vooral daarom dat ze vandaag veelbesproken en populair blijft.

Joris-Karl Huysmans

joris-karl-huysmans-large
Joris-Karl Huysmans

Ik schreef het reeds in mijn introductie. Mijn voorliefde is altijd uitgegaan naar de negentiende eeuw en dus zijn er bovengemiddeld veel figuren uit deze periode in de longlist geslopen. Na de uitstap naar het Verre Oosten in een ver verleden, gaan we opnieuw naar de tweede helft van de jaren 1800. In een vorige bijdrage werd er ingezoomd op denkers die probeerden om het mooie of het overweldigende van de natuur te vatten en te omschrijven. Deze man deed het omgekeerde. Hij beschreef het perverse van de menselijke natuur. Maak kennis met Joris-Karl Huysmans (1848-1907)

Van realisme naar decadentie

In het midden van de negentiende eeuw had het Positivisme, waarbij het wetenschappelijk denken ietwat contradictorisch was verheven tot een semireligieuze status, ook de contemporaine literatuur beïnvloed. De grote figuur binnen het realisme, Emile Zola (1840-1902), bestudeerde zijn onderwerpen en gebruikte een wetenschappelijk verantwoord schrijfproces. Het resultaat was een verzameling van moralistische werken, die vaak een maatschappijkritische boodschap hadden, als reactie op de escapistische Romantiek. Voor de avant-garde van de tweede helft van de negentiende eeuw toonden het realisme, met het naturalisme als diens radicale uitloper, echter vooral de bloedarmoede van de kunst aan, en van de wereld

c389tienne_carjat_portrait_of_charles_baudelaire_circa_1862
Charles Baudelaire

Joris-Karl Huysmans, in 1848 geboren als Charles-Marie-Georges Huysmans was een Parijse ambtenaar die zijn eerste literaire stappen volop in deze literaire stromingen zette, met vooral zijn boek Marthe, histoire d’une fille (1876) als belangrijke exponent. Het leverde hem onder andere de aandacht van Zola op. Maar halfweg de jaren tachtig was de sfeer compleet omgeslagen. Een artistieke tegenbeweging, het decadentisme, had zich vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw weten te manifesteren. Spilfiguren waren onder andere Charles Baudelaire (1821-1867) en Arthur Rimbaud (1854-1891). Het was die eerste die de term ennui zou enten, een esthetiserende variant op de weltschmerz. Er werd niet gegrepen naar het mooie of sublieme, maar wel naar het artificiële en het decadente.

Huysmans schreef een van de beruchtste werken binnen deze brede, onafgebakende stroming. De decadenten waren cultuurpessimisten, die zich afzetten tegen het burgerlijk materialisme, wentelend in hun ennui. Het was ook binnen deze kringen dat de figuur van de dandy gepopulariseerd werd. Zij vertegenwoordigden de schaduwzijde van het Fin de siècle en Huysmans zou hier uiteindelijk een belangrijke rol in spelen. Zijn À Rebours (Tegen de keer) uit 1884 werd een schandaalroman die een hele generatie kunstenaars zou beïnvloeden

À Rebours

Tegen de keer is een vreemdsoortige biografische roman over Jean des Esseintes, een gedegenereerde edelman die vanwege ziekte en een hardnekkig misprijzen voor zijn medemens zich opsluit in zijn luxueus verblijf, waarbij hij zich obsessief bezighoudt met vreemde interesses en terugdenkt aan zijn decadente periode in Parijs. In zijn jonge jaren had des Esseintes zich volledig laten gaan. Gedesillusioneerd trok hij zich uiteindelijk terug in zijn verblijf. Zelfs het plezier om te reizen is hem ontgaan. Voor hem kan de wereld en zijn medemens hem enkel teleurstellen. Wat volgt is een eenzaam leven, opgevuld door de queeste naar schoonheid en zinvolheid.

csm_78_60b790af21
Gustave Moreau – Salomé dansant devant Hérode (1876) (Hammer Museum, Los Angeles)

En dus probeert hij de verveling te verbannen door zich volledig te storten op zijn passies en obsessies. Deze zijn verschillend van aard, maar hebben gemeen dat ze afwijken van de contemporaine normen. De schilderijen hebben bij voorkeur donkere thematieken. Zo bewondert hij onder andere de figuur van Salomé, geschilderd door Gustave Moreau. Hij kiest niet voor de verfijnde klassieke Latijnse literatuur, maar de verbasterde vroegmiddeleeuwse variant. En hij is obsessief bezig met de decoratie van zijn woning (pagina’s en pagina’s), een duidelijk bewijs dat de figuur van des Esseintes, en het boek, te plaatsen zijn in het estheticisme. Tot zover zijn ietwat bizarre maar grotendeels redelijk onschuldige bezigheden.

2b8d7371acbe41179d7295ef9d55211c
Des Esseintes en zijn versierde schildpad (Vera Bock, 1937)

Maar des Esseintes heeft ook een verzameling giftige planten. Hij heeft een hekel aan mooie bloemen. Hij corrumpeert een jonge man door hem naar een exclusief bordeel te brengen, hopend dat hij zich zou moeten wenden tot een leven als crimineel om zijn nieuwe zonde te financieren. En in zijn verveling, hebzucht en drang naar schoonheid foltert hij een schildpad, door zijn schild te vergulden en vervolgens te decoreren met edelstenen, waarna het dier sterft door het gewicht.

— Brou ! fit-il, attristé par l’assaut de ces souvenirs. Il se leva pour rompre l’horrible charme de cette vision et, revenu dans la vie présente, il s’inquiéta de la tortue.

Elle ne bougeait toujours point, il la palpa ; elle était morte. Sans doute habituée à une existence sédentaire, à une humble vie passée sous sa pauvre carapace, elle n’avait pu supporter le luxe éblouissant qu’on lui imposait, la rutilante chape dont on l’avait vêtue, les pierreries dont on lui avait pavé le dos, comme un ciboire.

Ook houdt hij, om zijn excentriek imago te cultiveren, een black dinner, waarbij de gasten worden verwelkomd in een zwarte kamer, met zwarte decoratie, en naakte, zwarte vrouwen.

Dans la salle à manger tendue de noir, ouverte sur le jardin de sa maison subitement transformé, montrant ses allées poudrées de charbon, son petit bassin maintenant bordé d’une margelle de basalte et rempli d’encre et ses massifs tout disposés de cyprès et de pins, le dîner avait été apporté sur une nappe noire, garnie de corbeilles de violettes et de scabieuses, éclairée par des candélabres où brûlaient des flammes vertes et, par des chandeliers où flambaient des cierges.

Tandis qu’un orchestre dissimulé jouait des marches funèbres, les convives avaient été servis par des négresses nues, avec des mules et des bas en toile d’argent, semée de larmes.

Ook in zijn seksuele beleving is des Esseintes atypisch. Zo herinnert hij zich hoe hij opgewonden werd van een Amerikaanse acrobate, met een stevig lichaam, waarbij hij fantaseert over hoe haar vrouwelijkheid tijdens het vrijen zou worden verdreven door haar kracht en viriliteit. Om vervolgens met enige spijt te ontdekken dat ze net zo vrouwelijk is als andere minnaressen. Het is niet de enige keer dat in de erotische passages gealludeerd wordt op Esseintes biseksualiteit. Ook probeert hij een vrijpartij op te smukken door een vrouw te laten buikspreken. Vreemd genoeg intrigeert het Rooms-katholicisme des Esseintes, al kan hij zichzelf niet opbrengen om daadwerkelijk te geloven.

De ommekeer

À Rebours kreeg veel publiciteit, en hoewel het in bepaalde kringen verketterd werd, won Huysmans er ook heel wat aanzien mee, onder andere bij  kunstenaars als James McNeill Whistler (1834-1903), Stephane Mallarmé (1842-1898) en  Oscar Wilde (1854-1900). Die laatste verwerkte het boek zelfs in A Picture of Dorian Gray, waar het hoofdpersonage mede wordt gecorrumpeerd door een bijzonder boek dat wel heel hard doet denken aan À Rebours, wat door Wilde min of meer werd bevestigd tijdens zijn proces in 1895.

It was a novel without a plot and with only one character, being, indeed, simply a psychological study of a certain young Parisian who spent his life trying to realize in the nineteenth century all the passions and modes of thought that belonged to every century except his own, and to sum up, as it were, in himself the various moods through which the world-spirit had ever passed, loving for their mere artificiality those renunciations that men have unwisely called virtue, as much as those natural rebellions that wise men still call sin. […] It was a poisonous book. The heavy odour of incense seemed to cling about its pages and to trouble the brain. The mere cadence of the sentences, the subtle monotony of their music, so full as it was of complex refrains and movements elaborately repeated, produced in the mind of the lad, as he passed from chapter to chapter, a form of reverie, a malady of dreaming, that made him unconscious of the falling day and creeping shadows.

Na À Rebours neemt Huysmans echter zelf een ommekeer en zoekt hij inspiratie in het geloof, waaruit een trilogie voortvloeit over de spirituele reis van een zekere Durtal, die begint bij een verkenning van het satanisme en uiteindelijk eindigt in zijn bekering tot het katholicisme. In zijn laatste grote werk L’Oblat vertoeft het hoofdpersonage zelfs in een klooster, iets wat Huysmans zelf ook doet. Durtal, de protagonist van deze door religie geïnspireerde boeken, was meer op Huysmans gebaseerd dan de figuur van des Esseintes, hoewel er ook overeenkomsten waren tussen Huysmans’ ideeënkader en die van de decadente estheticist. Deze latere werken waren tijdens zijn leven populairder dan het controversiële Tegen de keer, iets wat honderd jaar later niet langer het geval meer zou zijn. Huysmans zou uiteindelijk in 1907 sterven aan kanker.

De biograaf van de decadentie

Huysmans was een bijzonder man. Hij was een ambtenaar die de literaire wereld even op zijn kop wist te zetten met een schandaalroman en sprong van droog realisme, in de trant van Zola, naar decadentie om te eindigen bij onversneden spirituele romans. Huysmans kreeg eerst een ereteken voor zijn verdiensten in de ambtenarij en pas daarna voor zijn literaire verwezenlijkingen. Ondanks deze veelzijdigheid is hij vooral bekend door die ene roman, die weinigen zelfs gelezen hebben. Toch is dat ene boek een bijzondere bijdrage aan de literatuurgeschiedenis, een biografie van een stroming die als tegenbeweging op het realisme zou opduiken, maar uiteindelijk mee de poort voor het modernisme open zou beuken.

Qin Shi Huangdi

20111207060747753
Qin Shi Huang (259 v. Chr. – 210 v. Chr.)

In de vorige bijdragen lag de focus sterk op het Europese continent, met een kleine zijsprong naar de toen nog relatief jonge Amerikaanse natie. Ditmaal gaan we naar het Verre Oosten en een ver, ver verleden. Onze volgende historische figuur is iemand wiens naam misschien moeilijker over de tong rolt en die naar waarschijnlijkheid ook op een quiz in de categorie “pittige vragen” zou terechtkomen. Toch is zijn erfenis tot op vandaag door een breed publiek gekend en wordt het zelfs door velen bewonderd. Maak kennis met Qin Shi Huangdi (Ch’in Shih Huang Ti).

Politieke ambities

Qin Shi Huangdi (259 v. Chr – 210 v. Chr) werd in 259 v. Christus geboren als Ying Zheng. Hij was prins van het koninkrijk Qin. De Qin-staat was op dat moment een van de vele staten in het huidige China. Het was echter politiek, economisch en militair gezien het sterkst ontwikkeld. De jonge Ying Zheng had dan ook ambities te over. Hij kwam reeds op 13-jarige leeftijd, na de dood van zijn vader Zhuangxiang, op de troon te zitten, maar kreeg echter te maken met intriges allerhande.

Zo was er het dubbelspel van een zekere Lao Ai, een man die deed alsof hij eunuch was maar stiekem met Zhengs moeder sliep. Door de schijn op te houden dat hij geen bedreiging was voor de koning, wist hij te wegen op het beleid. Daarnaast was er de machtige adviseur Lü Buwei, een handelaar die zich had opgewerkt. In 238 v. Chr. Werd Ying Zheng volwaardig koning. Toen drie jaar later ontdekt werd dat Lao Ai helemaal geen eunuch was en zelfs kinderen had verwekt bij Ying Zhengs moeder, besloot deze hem te executeren. Ook Lü Buwei werd verbannen, en zou vervolgens zelf gif innemen, uit angst voor de straf die hem te wachten stond.

300px-en-warringstatesall260bce
Pre-Qin China (Bron: Wikipedia)

Vervolgens begon Ying Zheng aan een militaire veroveringstocht, waarbij de rivaliserende staten een voor een werden veroverd. Soms gaven ze zich over, zoals het geval was met Hán (230 v. Chr.) en Qi (221 v. Chr). Soms kwamen er lange belegeringen aan te pas, zoals bij de verovering van Zhao (228 v. Chr) en Yan (222 v. Chr.). Het was uiteindelijk na de overgave van het Qi-koninkrijk dat alle staten onderworpen waren aan Qin. Dit was het feitelijke eindpunt van de Periode van de Strijdende Staten, een zo goed als ononderbroken oorlog die twee eeuwen had geduurd. En zo werd Ying Zheng de alleenheerser van een geünificeerd China. Meteen doopte hij zichzelf tot keizer. Voortaan zou hij door het leven gaan als Qin Shi Huangdi (Eerste keizer van China).

Hervormingen en verwezenlijkingen

Qin Shi Huangdi nam meteen initiatieven om de gigantische nieuwe staat te hervormen en de keizerlijke macht te installeren en te consolideren. Zo werd de administratie gecentraliseerd en het keizerrijk ingedeeld in 36 provincies. Verder werden machtige families gedwongen om zich in de hoofdstad Xianyang te vestigen. Daarnaast voerde hij ook verscheidene standaardisaties door. Dit was onder andere het geval voor gewichten en lengtematen. Ook zorgde hij voor uniforme wetgeving, waarbij hij wel rekening hield met gebruiken of ideeën uit de door hem onderworpen staten. Hetzelfde deed hij met de Chinese taal, wat de verspreiding van kennis en informatie ten goede kwam. Ten slotte investeerde hij ook sterk in infrastructuur, zoals bruggen, kanalen en fortificaties. Hij liet de verdedigingswallen tussen zijn rijk en die van de veroverde staten afbreken. Tegelijk werden de verscheidene muren  langs de grenzen van zijn rijk samengevoegd, wat de facto leidde tot de constructie van (een nu grotendeels verloren gegane voorloper van) de Chinese muur.

terracotta-warriors
Het terracottaleger van Xi’an

Maar Qins ambities hadden ook een duidelijke keerzijde. Het is onmogelijk om te weten hoeveel arbeiders het leven lieten bij de constructie van de Chinese muur, maar dat het om een aanzienlijk aantal gaat is zeker. Hij liet ook meteen een mausoleum voor zichzelf bouwen, een al even megalomaan project waarbij honderdduizenden arbeiders werden ingeschakeld. Om dit praalgraf op te smukken werd een heus leger nagemaakt, het befaamde terracottaleger, bestaande uit meer dan 6000 figuren die oorspronkelijk zelfs echte wapens droegen. Volgens geschriften uit de latere Han-periode was er ook een gigantisch complex waarbij Qins rijk werd nagebouwd met kwikzilveren rivieren, bronzen bergen en parels die sterren moeten voorstellen. De feitelijke tombe van Qin Shi Huangdi werd echter tot op heden nog niet geopend, uit angst dat de huidige archeologische technologie niet ver genoeg staat om schade te vermijden. Volgens de legende werd een groot deel van de arbeiders gedood nadat ze hun taak hadden volbracht, voornamelijk om de constructie geheim te houden.

Persoonlijkheid en obsessie met onsterfelijkheid

Bovenstaande leert ons heel wat over de persoonlijkheid van de eerste Chinese keizer. Hij was ambitieus en autoritair en wou koste wat kost vermijden dat zijn centrale gezag zou worden aangetast. Hij deinsde er dan ook niet voor terug om tegenstanders of kritische stemmen te executeren. Dit begon bij de samenzwering van Lao Ai, maar het principe werd gedurende zijn hele regeerperiode verdergezet. Hij wou bijvoorbeeld de culturele bloei versterken, maar liet kritische artiesten en geleerden ombrengen. Ook liet hij geregeld tegenstanders of lakse arbeiders levend begraven.

Verder was hij, zoals dat een centraliserende, autoritaire keizer betaamt, lichtjes geobsedeerd met zijn eigen erfenis. We zagen onder andere al de gigantische moeite en middelen die hij stak in het bouwen van een mausoleum voor zichzelf. Daarnaast reisde hij ook doorheen het land, enerzijds om grote werken te overzien, anderzijds om met de meest briljante geesten van zijn tijd te consulteren over hoe hij onsterfelijk kon worden. Wat misschien een tikkeltje vreemd is voor iemand die meteen bij zijn troonsbestijging een gigantisch praalgraf liet bouwen.

Qin Shi Huangdi ging echter redelijk ver in zijn queeste. In het beste geval zocht hij soelaas in diverse legenden. Zo bezocht hij enkele keren de Berg der Onsterfelijkheid op het eiland Zhifu. Maar daarnaast liet hij zich ook in met kwakzalverij, waarvan het drinken van kwik om de weerstand te verbeteren waarschijnlijk het meest in het oog springt. Ook liet hij na een testament te schrijven, deels om zo de dood niet te provoceren. Zo gedisciplineerd hij was in het organiseren van zijn nieuwe rijk, zo slecht was hij voorbereid op zijn dood in 210 v. Chr. Naar alle waarschijnlijkheid stierf hij, ietwat ironisch, aan kwikvergifting.

Conclusie

988
Standbeeld van Qin Shi Huangdi in Xi’An

Qin Shi Huangdi faalde niet helemaal in zijn opzet. Hij was dan wel een “gewone” sterveling, de tand des tijds heeft hij probleemloos doorstaan. Hij verenigde China en legde de funderingen voor de komende eeuwen . Als eerste keizer zorgde hij meteen voor centralisering en uniformering. Verder zette hij ook in op infrastructuurwerken, verspreiding van kennis en fortificatie. Zijn obsessie met de dood, of eerder het vermijden ervan, zorgde er echter voor dat hij zijn opvolging niet voldoende had voorbereid.

Op het moment van zijn overlijden was het keizerlijk gezelschap twee maanden verwijderd van de hoofdstad. Uit angst dat tegenstanders de gebeurtenis zouden aangrijpen om in het onderbemande Xianyang een staatsgreep te plegen, verzweeg zijn entourage angstvallig het heengaan van de keizer. De overheersende geur van zijn rottend lijk, het was zomer, werd gecamoufleerd door twee karren met vis die strategisch voor en achter het keizerlijk transport werden geplaatst. Verder werden er nog maaltijden naar de stoffelijke resten gebracht en deed men alsof de keizer allerhande boodschappen doorgaf.

Qins zoon Fusu werd door een list, een vervalste testament waarin zijn vader hem zogezegd beval zelfmoord te plegen, van de troon gehouden. Zijn jongere broer Huhai kwam aan de macht, maar zijn positie was wankel en zijn korte regeerperiode was er een van weerstand en revoltes. Uiteindelijk kwam met dienst opvolger Ziying, zoon van Fusu, al een einde aan de Qin-dynastie. Het machtsvacuüm werd uiteindelijk gevuld door de Han-dynastie, maar Ying Zeng had onherroepelijk zijn stempel gedrukt op China.

John Dee

220px-john_dee_ashmolean
John Dee (door onbekende meester)

De meesten onder ons zullen al lang tevreden zijn met één beroep of bezigheid waarmee ze anderen enigszins kunnen verbazen. Enkele uitverkorenen zijn echter gezegend met een uitzonderlijke veelzijdigheid, waardoor hun beroepen en titels zelfs niet op een visitekaartje passen. Dit geldt zeker voor onze volgende historische kanjer. Hij was humanist, wiskundige, wetenschapper, politiek filosoof, natuurfilosoof, geograaf en astronoom. Daarnaast hield hij er ook minder conventionele interesse op na. Zo verdiepte hij zich ook in astrologie, alchemie en engelenleer. Zijn naam is John Dee (1527-1608/1609), doctor Dee voor de vrienden.

Wie was John Dee?

Dees leven louter chronologisch afhaspelen zou hem geen eer aandoen. Zijn interessevelden waren zo divers en zijn activiteiten zo gespreid over zijn hele leven. Een chronologische insteek zou dan ook niet enkel chaotisch zijn, het zou de verdiensten op elk afzonderlijk gebied ook onvoldoende uit de verf laten komen. Dee genoot een goede opleiding, die hem uiteindelijk  vanaf 1548 naar Leuven, Brussel en Parijs zou brengen, waar hij zowel studeerde als lezingen gaf. Hij geraakte er eveneens bevriend met onder andere Mercator (1512-1594). Bij zijn terugkeer naar Engeland trachtte hij de patronage van verscheidene welgestelde en invloedrijke figuren te verkrijgen, en dat zou hem uiteindelijk tot aan het hof van de diverse gekroonde hoofden brengen. Het was voor hem de toegangspoort tot een waaier aan mogelijkheden en een leven vol zelfontplooiing.

Dee de humanist

image_dee_letter_520
Manuscript uit collectie van Chetham’s Library

Dee was een humanist. Dit kwam onder andere duidelijk naar voren in zijn studie van de Klassieke Oudheid. Daarnaast hield hij zich ook bezig met het verzamelen van boeken en manuscripten. Op z’n hoogtepunt was de privé-bibliotheek van Dee een van de grootste verzamelingen uit de 16de eeuw. Aanvankelijk had hij, in 1556, geprobeerd om hiervoor een commissie te verkrijgen bij de toenmalige Engelse koningin Mary Tudor (1516-1558), voornamelijk voor het preserveren van werken uit de Grieks-Romeinse traditie. Toen hij hier bot ving, ging hij zelf aan de slag. Zijn veelzijdige interesses uitten zich in zijn collectie. In zijn verzameling vond men onder andere werken over wiskunde, muziek, teksten uit de Klassieke Oudheid, maar even goed manuscripten over cryptografie, de studie van het geheimschrift. Dee annoteerde deze boeken, wat meteen de reden is dat er redelijk veel geweten is over deze verloren gegane collectie. Want zijn vertrek uit Engeland, in de jaren 1580, werden heel wat werken uit zijn bibliotheek verkocht door zijn schoonbroer of gestolen.

Dee de imperialist

Dee was overtuigd dat Engeland aan gebiedsuitbreiding moest doen. Hij werkte hier zeer actief aan mee. Enerzijds maakte hij gebruik van zijn kennis van navigatie om instrumenten te ontwikkelen die de zeevaarders en ontdekkingsreizigers daadwerkelijk in staat moesten stellen om de Nieuwe Wereld te ontdekken en er sneller en gerichter te geraken dan de Spanjaarden. Deze eerste pioniers die in naam van de koningin naar de Nieuwe Wereld vaarden maakten handig gebruik van de expertise, de raad en het vernuftige werk van Dee. Anderzijds nam hij ook de theoretische onderbouw van deze ondernemingen voor zijn rekening. Zo ging hij onder andere de legitimiteit van deze ontdekkingsreizen linken met de legendes van koning Arthur en Madoc, een Welshe prins die reeds in de 12de eeuw voet aan Amerikaanse grond zou gezet hebben. Aan Dee wordt ook het eerste gebruik van de term British Empire toegeschreven, al is het niet meteen duidelijk of dit helemaal klopt. In ieder geval speelde hij wel een belangrijke rol in de prille expansiedrang van Engeland.

Dee de wetenschapper

De vroege wetenschap is niet te vergelijken met deze die we vandaag associëren met de wetenschappelijke methode. In de zestiende eeuw was er nog een sterke samenloop tussen kennis en speculatie, empirie en wat we vandaag pseudowetenschap zouden noemen (en toen de tot de verbeelding sprekende term magie meekreeg). Zo combineerde Dees wiskunde ideeën uit het Oude Griekenland, zoals deze van Euclides, met onder andere numerologie. Voor Dee en zijn tijdgenoten was de wiskunde de basis om Gods schepping te kunnen doorgronden. Dee was een vroom en devoot man en zijn wil om het universum te doorgronden was waarschijnlijk de belangrijkste beweegreden van zijn studie.

Dee gebruikte wiskunde echter niet enkel om natuurwetten te distilleren, maar ging er onder andere ook horoscopen mee opstellen en liet zich in met alchemie. Daarnaast lag zijn kennis ook mee aan de basis van zijn meer alledaagse faam. Het kwam namelijk erg goed van pas in zijn werken over navigatie. Ook gebruikte hij het voor de creatie van ingenieuze mechanismen. Uiteindelijk legde hij mee de basis voor de verwetenschappelijking van de wiskunde, met zijn voorwoord op Elements of Euclid door Sir Henry Billingsley (1538-1606).

Dee de hoveling

800px-elizabeth_i_rainbow_portrait
Portet van Elizabeth I door Isaac Oliver (1600)

Dee wist zich in zijn leven een weg te banen naar verschillende hofhoudingen. Zo kwam hij aanvankelijk terecht aan het hof van Mary Tudor. Daar geraakte hij in diskrediet en werd hij zelfs even gevangengenomen, omdat Mary hem ervan verdacht door middel van magie haar positie als koningin te bedreigen. Drie jaar later, in 1558, kon hij op meer sympathie rekenen van Elizabeth I (1533-1603), die zijn liefde voor astrologie deelde. Zo zou hij onder andere zijn kennis van deze discipline hebben gebruikt om te bepalen op welke dag ze best gekroond moest worden. Dee kwam in contact met nog andere edellieden. Zo zou hij het enigmatische Voynichmanuscript, een vijftiende eeuws werk met allerhande mysterieuze tekeningen en een geheimschrift dat nog steeds niet ontcijferd werd, verkocht hebben aan Rudolf II Bohemen. Verder probeerde hij ook de Poolse koning Stefan Batory te overtuigen van de verdiensten van zijn engelenleer. Hij probeerde zelfs zijn eigen werk tot bij Maximiliaan II, de keizer van het Heilig Roomse Rijk, te krijgen. Zijn centrale positie aan het hof van Elizabeth en zijn vele reizen op het continent zorgden ervoor dat sommigen begonnen te vermoeden dat hij in feite een spion was van de Engelse koningin.

Dee de occultist

98499eda3eec9aab6961ecb43d7ffd4f
De spiegel (obsidiaan) waarmee Dee en Kelly met de engelen communiceerden

Dee werd in zijn tijd gerespecteerd voor zijn kennis en expertise. Toch was er ook een andere zijde. Hij was namelijk zeer geïnteresseerd in het occulte en het paranormale en liet zich in met astrologie, alchemie en engelenleer. Vanwege redelijk onschuldige praktijken kwam hij in 1555 onder  Mary Tudor tijdelijk in de cel terecht. Deze verdacht hem ervan dat hij zijn wiskundige kennis gebruikte om haar van de troon te krijgen. De link tussen wiskunde en magie speelde hier een rol. Drie jaar later vond hij echter onderdak aan het hof van Elizabeth I, die zijn liefde voor astrologie deelde. Ook zou hij een vloek hebben uitgesproken over de Spaanse armada, die in 1588 in stormweer terechtkwam en werd verpletterd door de Engelse vloot.

De interesse in het paranormale ging echter nog verder. Dee werkte een hele leer uit ter verklaring van de kosmos. Hij schreef dit neer in zijn Monas Hieroglyphica, waar hij een wirwar aan invloeden toonde, van natuurfilosofie tot alchemie en zo van numerologie naar hermetisme. Het vertrok vanuit een duidelijk holistische visie. Daarnaast hield Dee zich ook bezig met de engelenleer. Samen met een medium, Edward Kelley, meende hij te kunnen communiceren met engelen. Hiervoor gebruikte hij een steen die van de Azteken of Maya’s afkomstig zou zijn, en die hen in staat moest stellen om inzichten te verkrijgen. De engelen zouden hem eveneens een eigen alfabet hebben ingegeven, het zogenaamde Enochian.

Het einde van een veelzijdig man

De samenwerking met Kelley verwaterde echter, onder andere door het feit dat de engelen hem zogezegd hadden ingegeven dat de twee aan partnerruil moesten doen. Kelley dwaalde verder aan Europese hoven, Dee ging terug naar Engeland. Zijn huis en bibliotheek waren verloederd en deels geplunderd. Hoewel hij door Elizabeth nog aan een betrekking werd geholpen, moest hij onder haar opvolger, James I, niet op enige sympathie rekenen. Uiteindelijk zou Dee in 1608 of 1609 verarmd sterven, na een rijkgevuld en boeiend leven.

Zijn erfenis is dan ook niet makkelijk te vatten. Anders dan misschien verwacht zou worden, kon Dee na zijn dood op veel respect rekenen en bleef hij een prestigieus figuur. Mathematical Magick, een werk van John Wilkins (1614-1672) over de mogelijkheden van mechanica steunde op Dees werk, en zijn voorwoord op de vertaling van Euclides bleven wijdverspreid, ook bij Isaac Newton (1642-1727). Zelfs zijn occult werk doorstond de tand des tijds. Sommigen namen zijn gesprekken met de engelen letterlijk, anderen zagen er de geheimschriften van een spion in.

Wat er ook van aan is, John Dee blijft vandaag de dag verbazen. Hij is een boeiend voorbeeld van de polyvalente geleerde, die de kennis van het verleden combineerde met de wil om heden en toekomst te verklaren, en daarvoor zijn heil zocht in elke bezigheid die hem hierbij kon helpen. Vermoed wordt dat William Shakespeare (1564-1616) zijn Prospero (uit The Tempest) op Dee modelleerde. En dat hij ook vandaag nog inspireert, toont Damon Albarn, frontman van Blur, die in 2012 het conceptalbum Dr. Dee uitbracht. De magie van Dr. Dee is nog lang niet uitgewerkt.

Burke, Gilpin & Price: De filosofen van het schone, sublieme en pittoreske

edmund-burke
Edmund Burke: “Sublieme” man

Elke wandelaar en liefhebber van natuur(reizen) verbaast zich wel eens over het landschap dat hij of zij voorgeschoteld krijgt. De toeschouwer zal zich dan laten ontvallen hoe mooi het zicht is, of dat het landschap pittoresk is of dat het een sublieme ervaring betreft. Het zijn adjectieven die verankerd zitten in onze taal en bijgevolg in onze natuurervaring. Toch kwamen deze termen niet uit het niets. Integendeel. Er is, zoals steeds, een duidelijke link met de geschiedenis, en meer bepaald met de culturele stroming die iedereen kent als de Romantiek. Het is in deze context dat we onze volgende kleppers vinden. Want de focus van deze bijdrage ligt op verschillende denkers die op hun manier hun stempel hebben gedrukt op de Romantische, maar even goed onze hedendaagse, natuurervaring.

Het schone en het sublieme

220px-caspar_david_friedrich_-_wanderer_above_the_sea_of_fog
Caspar David Friederich – Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818)

In de Romantiek werd de natuur meer dan louter decor. Voor de Romantische schilders, dichters en andere kunstenaars werd de natuur veel bewuster dan daarvoor het geval was het object van een esthetische ervaring en het subject van creatieve uitingen allerhande. Aanvankelijk had het schone volstaan. Maar in een periode waar de idee werd gecultiveerd dat er een correspondentie was tussen de ziel en de natuur, was schoonheid niet langer voldoende om de gelaagde verhouding met de grilligheid van het landschap en de natuurelementen te beschrijven of te vatten. Het was in deze context dat filosoof en grondlegger van het modern conservatisme Edmund Burke (1729-1797) een term ging ijken: het sublieme.

In 1757 schreef Burke zijn A Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful, waarin hij de menselijke emoties in verhouding tot de verschillende esthetische ervaringen beschreef. Hierin maakte hij een duidelijk onderscheid tussen het schone en het sublieme. Dat eerste is, aldus de Ier, mooi gevormd, aangenaam om naar te kijken en vervult de mens met plezier. Het sublieme daarentegen is grillig en gevaarlijk, en gaat gepaard met emoties van pijn, angst en gevaar. Toch noemde de filosoof het een delightful horror.

Whatever is fitted in any sort to excite the ideas of pain, and danger, that is to say, whatever is in any sort terrible, or is conversant about terrible objects, or operates in a manner analogous to terror, is a source of the sublime; that is, it is productive of the strongest emotion which the mind is capable of feeling …. When danger or pain press too nearly, they are incapable of giving any delight, and [yet] with certain modifications, they may be, and they are delightful, as we every day experience.

Er werd verder nog een heel begrippenkader gebruikt om deze nieuwe ervaring te concretiseren. De duisternis van de nacht, de ontembaarheid van een dier of landschap, de schijnbare oneindigheid of uitgestrektheid, dit zijn eigenschappen die geassocieerd worden met het sublieme. Burkes theorie over het schone en het sublieme gaf zo mee vorm aan de kunst van de Romantiek. Gekende voorbeelden hiervan zijn de grillige rotsformaties van Caspar David Friedrich (1774-1840), de donkere, dreigende onweerswolken van William Turner (1789-1862) of de overweldigende en angstaanjagende chaos van John Martins(1789-1854) The Great Day of His Wrath, uit diens Laatste Oordeel-triptiek. The sublime zorgde voor een natuurervaring waarbij kliffen, rotsen, watervallen, stormen, onweders en andere grillige natuurverschijnselen plots aandacht kregen in de kunst. Maar ook het schone en het sublieme volstonden niet.

joseph_mallord_william_turner_081
William Turner – Hannibal and his men crossing the Alps (1812)

Het pittoreske

observations

Het pittoreske is afgeleid van het Italiaanse pittoresco, wat zoveel betekent als “Geschikt om afgebeeld te worden”. Het werd reeds in de 17de en vroeg 18de eeuw gebruikt, maar kreeg een nieuwe invulling naar aanleiding van het verschijnen van het essay van Burke over het sublieme. The picturesque werd zo een nieuwe natuurervaring, dat zich tussen het schone en het sublieme bevond. Zoals reeds gezegd was het eerste vooral aangenaam en het tweede angstaanjagend. Met het pittoreske kwam daar nu een nieuwe overheersende sensatie bij: verrassing.

ipriceu001p1
William Gilpin

De grilligheid van het pittoreske was niet te vergelijken met dat van het sublieme. Valleien en dalen waren eveneens uitgestrekt en afwisselend, maar toch zat er meer directe schoonheid in verscholen dan een steile klif of ruig gebergte. Pittoreske schoonheid was ruw, gevarieerd en onregelmatig, het soort dat zowel rationeel als emotioneel prikkelde. En net zoals bij het sublieme het geval was, werd er ook duchtig gefilosofeerd over het pittoreske. William Gilpin (1724-1804), een Engels kunstenaar en schrijver, publiceerde verscheidene werken, gaande van het pittoreske in de schilderkunst (An essay on prints: containing remarks upon the principles of picturesque beauty; the different kinds of prints; and the characters of the most noted masters uit 1768) tot het pittoresk reizen (Observations on the River Wye, and several parts of South Wales, etc. relative chiefly to picturesque beauty; made in the summer of the year 1770). Dit kwam in 1792 samen in een essay over picturesque beauty, picturesque travel and on sketching landscape.

In a mountain-scene what composition could arise from the corner of a smooth knoll coming forward on one side, intersected by a smooth knoll on the other; with a smooth plain perhaps in the middle, and a smooth mountain in the distance. The very idea is disgusting. Picturesque composition consists in uniting in one whole a variety of parts; and these parts can only be obtained from rough objects. […] Variety too is equally necessary in his composition: so is contrast.

200px-sir_uvedale_price_1st_baronet
Uvedale Price

Uvedale Price (1747-1829), die in 1768 in het bezit kwam van een landgoed in Herefordshire, bouwde hierop verder en maakte uiteindelijk de theoretische link tussen de drie begrippen in zijn Essay on the Picturesque, As Compared with the Sublime and The Beautiful uit 1792. Hij vatte het onderscheid tussen de drie begrippen, en het bijhorende gevoel nog eens samen: Angst bij het sublieme, verrassing bij het pittoreske en rust bij het schone. Contrasten hadden volgens hem vaak een pittoresk effect. Price had, eerder dan op de reeds ontwikkelde pittoreske schilderkunst, eerder een invloed op de landschapskunst.

A temple or palace of Grecian architecture in its perfect entire state, and with its surface and colour smooth and even, either in painting or reality is beautiful; in ruin it is picturesque. Observe the process by which time, the great author of such changes converts a beautiful object into a picturesque one. First, by means of weather stains, partial incrustations, mosses, etc. it at the same time takes off from the uniformity of the surface, and of the colour; that is, gives a degree of roughness, and variety of tint.

Hij legde met zijn essay mee de basis voor de grillige, asymmetrische tuinarchitectuur, die zich afzette tegen de nette, afgebakende en geordende Engelse tuinen, met als belangrijkste figuur de grote tuinarchitect Lancelot “Capability” Brown (1716-1783). De landschapskunstenaar Humphry Repton (1752-1818) ging hiermee aan de slag en eigende zich een stijl toe waarbij het voorste deel van de tuin het dichtst aanleunde bij het symmetrische en het schone, het middelste gedeelte als park werd opgevat en het verste gedeelte, het vergezicht, de pittoreske grilligheid moest symboliseren. Dit soort tuinen kende steevast meanderende, grillige beken en ruïnes, die symbool stonden voor de vergankelijkheid.

Pittoresk reizen

anthonyvandykecopleyfielding-figuresonabridge2cwithruinsbeyond
Anthony Vandyke Copley Fielding – Figures on a bridge, with ruins beyond

Naast de pittoreske schilderijen en de pittoreske landschapskunst was, binnen de Romantiek, het reizen ook aan een opmars bezig. De Grand Tour was reeds een populaire bezigheid bij gecultiveerde jonge mannen, een rite de passage die hen langs niet te missen steden en kunstwerken bracht. Deze Grand Tour begon doorgaans in Engeland en ging via België, Frankrijk & Zwitserland richting Italië, waar meestal werd geëindigd in Rome of Napels. Het pittoreske leunde hierbij aan, maar zorgde ook voor een focus op nieuwe plekken. In Engeland werd het Lake District bijvoorbeeld gezien als het pittoreske landschap bij uitstek. Maar ook de Zwitserse valleien, de Noord-Italiaanse meren en onze eigenste Ardennen waren in deze context populair.

Kunst en natuur

De werken van Burke, Gilpin en Price hebben de natuurervaring, en de uiting die hier in de Romantische kunst aan werd gegeven, wel degelijk bepaald. Aanvankelijk inspireerde de natuur de kunstenaar, en ging deze aan de slag met datgene wat hem werd aangereikt door het landschap. Het schone, het sublieme en het pittoreske, en de mengvormen die ontstonden, kenden een brede reikwijdte. Het vond uiteindelijk ook een uiting in onder andere de muziek en de architectuur. Hoe meer de Romantische beweging tot wasdom kwam, hoe verder de tentakels van het begrippenkader reikten. Tot op het einde van de negentiende eeuw de verhoudingen werden omgedraaid. Vanaf dan was het niet het leven en de natuur die de kunst inspireerden, maar de kunst die definitief ging bepalen wat we zagen en hoe we het zagen. Ondanks deze theoretische verschuiving, is het voor de liefhebber van reizen en wandelen echter nog steeds zo dat er een directe link bestaat tussen het landschap en de eigen emoties, en dat in deze context het schone, het sublieme en het pittoreske de revue passeren. En dat is onder meer te danken aan Edmund Burke, William Gilpin en Uvedale Price.

Eleonora van Aquitanië

eleonora
Eleonora van Aquitanië

Geschiedenis was gedurende een lange periode overheersend een zaak van en voor (en over) mannen. Daarmee is niet gezegd dat vrouwen geen cruciale rol hebben gespeeld in het verleden. Alleen was het hoofdpodium lange tijd hoofdzakelijk een zaak van mannen (zelfs letterlijk, gezien het feit dat vrouwenrollen in pakweg de toneelstukken van Shakespeare door jonge knapen werden gespeeld). Maar de geschiedenis kent ook voorbeelden van sterke vrouwen die de tand des tijds zonder enige moeite hebben doorstaan. Eleonora van Aquitanië (1122-1204) is ongetwijfeld een van hen.

Van most eligible bachelorette tot koningin (in twee delen)

Reeds in haar tienerjaren kwam Eleonora in het centrum van de Europese politiek te staan. Na de dood van haar vader, hertog Willem X van Aquitanië, werd zij toevertrouwd aan de koning van Frankrijk Lodewijk VI, bijgenaamd Le Gros (De dikke), die meteen een opportuniteit zag door haar uit te huwelijken aan zijn zoon Lodewijk, de latere Lodewijk VII. De verwerving van Aquitanië betekende niet enkel een serieuze uitbreiding van het territorium, het was ook nog eens een economisch sterk en gecultiveerd hertogdom en beschikte over strategische rivieren en een wegennetwerk waar het brute Ïle-de-France enkel van kon dromen.

102253-004-ced523a8
Het huwelijk van Eleonora & Lodewijk (links) en vertrek naar Edessa (rechts)

Eleonora overblufte haar man tijdens de eerste jaren van dat huwelijk, met haar intelligentie en scherpe geest, waardoor bepaalde figuren in de entourage van de toekomstige Franse koning zich gepasseerd voelden. Zo speelde ze ook een actieve rol in het beheer en het bestuur van het koninkrijk en de verscheidene domeinen. Hoewel Aquitanië onder directe controle kwam van de Franse koning was er echter nog een niet te verwaarlozen voorwaarde. Het hertogdom zou pas echt kroonbezit worden wanneer het verenigd werd door de (toekomstige) zoon van Lodewijk en Eleonora.

Lodewijk, geen groots leider, kwam in een dispuut terecht met onder andere Paus Innocentius II en de invloedrijke geestelijke Bernardus van Clairvaux en met Theobald II, de hertog van Champagne. Hoewel die laatste militair gezien geen verhaal had tegen de koninklijke troepen, zou dat specifieke dubbele conflict wel een belangrijke rol in de geschiedenis spelen. Enerzijds was er de slachting van Vitry (1142), een stadje waar onder Lodewijks supervisie heel wat bewoners omkwamen door een brand in de kerk waar ze toevlucht zochten. Tegelijk zorgde het dispuut met de paus voor een moeizame verstandhouding, die uiteindelijk zelfs zou leiden tot de excommunicatie van Eleonoras zus. Door Lodewijks wil om de verstandhouding met de Katholieke Kerk te herstellen en het eigen geweten te sussen, werd Eleonora door onder meer Bernardus van Clairvaux aangespoord om haar man mee te overtuigen om naar het Heilige Land te trekken, naar het koninkrijk Antiochië, geleid door Eleonoras oom Raymond van Poitiers, om het graafschap Edessa (op de huidige grens tussen Turkije & Syrië) te heroveren.

De Tweede Kruistocht (1147-1149) was echter geen succes. Eleonora vertrok, samen met haar man, enkele hofdames en een leger getrouwen uit haar eigen hertogdom, mee naar het Midden-Oosten. Daar zakte het moraal al snel, in eerste instantie door een ontmoeting met het zwaar gedecimeerde leger van Koenraad III, koning van Duitsland, vervolgens door eigen onfortuinlijke beslissingen. Een groep onder leiding van Geoffrey de Rancon, een vazal van Eleonora, trok sneller dan afgesproken over een bergpas in het Taurusgebergte, terwijl Lodewijk met een deel van het voetvolk achterbleef en in de val werd gelokt door Turkse troepen. Dit resulteerde in een slachtpartij. Contemporaine kroniekschrijvers staken dit fiasco op Eleonora, die het bevel zou hebben gegeven aan de Rancon om verder te trekken en die eveneens te veel bagage zou hebben meegenomen, waardoor de tweede groep niet kon volgen. Deze beschuldigingen gingen gepaard met geruchten dat Eleonora een incestueuze relatie zou hebben met haar oom. Lodewijk, vastberaden om ondanks de vernedering naar Jeruzalem te trekken, dwong haar om met hem mee te gaan, de herovering van Edessa negerend.

Na een letterlijk stormachtige terugkeer, verslagen door het moslimleger en met een huwelijk dat op springen stond, gingen Lodewijk en Eleonora bij aankomst in Italië naar paus Eugenius III, die in eerste instantie weigerde het huwelijk ongedaan te maken op basis van bloedverwantschap, wat uiteraard al voor het huwelijk geweten was. Meer zelfs, de twee kregen een tweede kind, maar net zoals vijf jaar eerder het geval was, betrof het een dochter. De schrik om geen mannelijke erfgenaam te hebben zat er bij Lodewijk sterk in, terwijl de tegenstand bij zijn eigen vazallen tegen Eleonora toenam. Uiteindelijk stemde hij in met een annulering van het huwelijk. Aquitanië kwam opnieuw in haar bezit.

Ongebreidelde ambities

henryii
Hendrik II Plantagenet

Ondanks de pijnlijke episode was Eleonora, in het vizier van talrijke hertogen, niet van plan bij de pakken te blijven zitten en zocht ze contact met Hendrik Plantagenet, de graaf van Anjou. In 1152, acht weken na de annulering van het huwelijk met Lodewijk, trouwde ze met Hendrik, die twee jaar later koning van Engeland zou worden. Lodewijk was woest, aangezien Eleonora, zijn vazal zijnde, in principe zijn toestemming had moeten vragen. Ook was zij op dat moment 30 en haar nieuwe echtgenoot 18. Hendrik legde Lodewijk echter manu militari het zwijgen op. Hoewel ook dit huwelijk niet meteen harmonieus zou eindigen, kregen de twee wel acht kinderen, waaronder vijf zonen. Drie van hen waren toekomstige koningen (Hendrik de jongere, Richard Leeuwenhart en Jan Zonder Land). In 1167 was de verstandhouding tussen Eleonora en de ontuchtige Hendrik II zo verslechtert, dat ze haar hof organiseerde in Poitiers, waar ze, zo wil de overlevering, de verspreiding van de troubadourkunst en de hoofse liefde ondersteunde.

Eleonoras ambities waren echter niet getemperd. Ze stimuleerde haar zoon Hendrik, inmiddels titulair koning van Engeland en getrouwd met Margareta van Frankrijk, de dochter van haar ex-man Lodewijk, om in opstand te komen tegen zijn vader, een opstand die zou duren van 1173 tot 1174. De reputatie van Hendrik II was tanende na de moord op Thomas Becket, de aartsbisschop van Canterbury, rechtstreeks of onrechtstreeks in opdracht van de Engelse koning (Volgens de legende zou Hendrik “Who will rid me of this troublesome priest?” hebben gezegd, waarbij vier van zijn ridders de daad bij het woord voegden). Hoewel Hendrik de jongere heel wat steun wist te vinden bij plaatselijke edellieden, en ook zijn broers Richard & Geoffrey de kant van hun broer kozen, werd zijn opstand neergeslagen door zijn vader. Eleonoras vermeende steun aan haar zoon zorgde ervoor dat ze de komende 16 jaar in feitelijke gevangenschap zou doorbrengen. Hendrik de jongere zou in 1183 op 28-jarige leeftijd overlijden, zijn vader zes jaar later.

Dit bracht nog een zoon van Eleonora, Richard (Leeuwenhart), op de troon van Engeland, hoewel deze maar een mondje Engels sprak en hoofdzakelijk in Aquitanië te vinden was. Hij herstelde de positie van zijn moeder en maakte haar onder meer Queen-regent terwijl hij weg was tijdens de Derde Kruistocht, waar hij werd gevangengenomen. Nog een andere zoon, Jan (wiens eenzijdig negatieve reputatie hoofdzakelijk het werk is van negentiende eeuwse romanciers), zou samenspannen met de Franse koning Filip II August om de controle over Engeland te krijgen, ervan uitgaand dat Richard overleden was tijdens de kruistochten. Eleonora nam het echter op voor Leeuwenhart, die in 1194 terugkeerde, maar ondanks alles het gedrag van zijn jongere broer vergaf. Ook zou ze nog een belangrijke rol spelen tijdens het koningschap van Jan en het dispuut met diezelfde Filip II August. In de hoop de spanningen tussen Engeland en Frankrijk te temperen, trok ze zelf naar Castilië, naar het hof waar haar dochter Eleonora koningin was, om haar kleindochter, Blanche, te escorteren naar het hof van Filips, om daar trouwen met Louis, zoon van de Franse koning. Eleonora was fysiek echter niet meer in staat om de volledige terugweg af te leggen. Haar laatste jaren spendeerde ze in de abdij van Fontevraud, waar ze op 82-jarige leeftijd, na een bewogen leven haar laatste adem uitblies.

el-hen-sept07-de8964sar800
Graftombe van Eleonora van Aquianië en Hendrik II Plantagenet

Het Hof van de Liefde

knightrule1
Hoofse liefde

Eleanora wordt ook geassocieerd met de zogenaamde Hoven van de Liefde, waarvan het niet geweten is of deze daadwerkelijk hebben bestaan of dat het producten waren van de hoofse literatuur en de troubadourkunst, die wel sowieso door haar werden gestimuleerd. Deze Hoven van Liefde bestonden uit een jury van adellijke vrouwen die hun licht lieten schijnen over amoureuze disputen tussen troubadours en hovelingen enerzijds en hun geliefden anderzijds. Hoewel het tot de verbeelding spreekt, zijn historici er niet uit of het meer was dan een verzinsel van de hoofse literatuur, waarbij de platonische, onbereikbare liefde van de edele man of ridder voor de jonkvrouw werd gecultiveerd. Eleonora heeft in ieder geval wel een rol gespeeld in de verspreiding van deze idealen en het ondersteunen van deze literaire traditie.

Eleonoras reputatie

Eleonora van Aquitanië was niet de persoon om zich gedwee en onderdanig op te stellen. Ze speelde bewust, actief en graag een rol in het Europese strijdtoneel, en het eeuwige conflict tussen Engeland en Frankrijk in het bijzonder. Hierdoor wordt ze binnen bepaalde stromingen in de geschiedwetenschap op handen gedragen, als schoolvoorbeeld van de sterke vrouw in de geschiedenis. Maar haar zelfzeker en zelfbewust handelen zorgde er ook voor dat ze reeds tijdens haar eigen leven gecontesteerd was en beschimpt werd. Zo waren er verhalen dat ze samen met haar vrouwelijke gezellen, zoals de amazones, met ontblote borsten naar het Heilige Land was gereden. Daarnaast waren er ook geruchten dat ze een incestueuze relatie had met haar oom, dat ze voor haar tweede huwelijk met Hendriks vader had geslapen en dat ze de minnares van haar tweede echtgenoot had vergiftigd. Het is aannemelijk dat deze verhalen werden verzonnen door jaloerse en haatdragende figuren in de omgeving van Eleonora en haar echtgenoten. Ze was machtig en genoot ook openlijk van die macht. Ze was gecultiveerd en onbevangen. Nooit heeft ze zich geschikt naar een leven van onderdanigheid. Dit is de reden waarom ze tot vandaag een veelbesproken figuur is, die nog geregeld opduikt in de populaire cultuur en onderwerp is van een karrenvracht boeken.

Frederick Jackson Turner

picture_of_frederick_jackson_turner
Frederick Jackson Turner

De meeste historici ploeteren in de marge. In het beste geval weten zij het verleden te kneden tot iets dat een breed publiek aanspreekt. In het slechtste geval wijden ze hun leven aan het verkennen van ongekende krochten en worden ze, al te vaak, slechts gelezen door hun kennissen en collega’s binnen de academische muren. Maar heel af en toe duikt er een historicus op wiens onderzoek de geschiedwetenschap overstijgt, en die door middel van zijn of haar studie van het verleden ook het heden en de toekomst mee vormgeeft. Frederick Jackson Turner (1861-1932) was dat soort historicus.

How the West Was Won

Aan het einde van de negentiende eeuw had de jonge Amerikaanse staat al een grote transformatie gekend. Kolonisten en avonturiers hadden hun oog laten vallen op de gebieden ten westen van het territorium. Dit resulteerde in een gedeeltelijk gestimuleerde volksverhuizing. De Homestead Act van 1862, ondertekend door president Abraham Lincoln, zorgde ervoor dat men in bepaalde gebieden goedkoop of zelfs gratis land, in bezit van de overheid, kon verkrijgen. Vanaf het einde van de jaren 40 vond ook de gold rush plaats, waarbij goudzoekers hun heil gingen zoeken in het wilde westen.  Deze bewegingen werden verder versneld en versterkt door de uitbouw van een spoorwegnetwerk.

socal_01
Settlers in California, 1847

De expansie zorgde echter voor conflicten. In de Amerikaans-Mexicaanse oorlog, die tussen 1846 en 1848 werd uitgevochten, had de VS een derde van het territorium van Mexico afgesnoept. Deze nieuwe gebieden zorgden voor een verdere polarisatie tussen de noordelijke en zuidelijke staten, aangezien ze grensden aan de gebieden die zich manifest pro-slavernij opstelden. Deze expansie zou uiteindelijk mee leiden tot de Amerikaanse burgeroorlog.

Maar de grootste strijd werd geleverd met de indianenstammen. Zij zagen hun land afgenomen door de settlers en werden gedwongen om naar reservaten te gaan. Heel wat native Americans verloren hierbij hun leven en zij die het wel overleefden zagen de voor hen heilige landen en begraafplaatsen verdwijnen door een oprukkende industrialisering. In een poging om een einde aan het verzet te brengen en tegelijk de Indianen te integreren, werd in 1891 de Dawes Act gestemd, waarbij individuele native Americans land konden krijgen als ze apart van hun gemeenschap zouden gaan leven.

dawes-act
Affiche verkoop Indiaanse gronden (1911)

The Significance of the Frontier in American History

Het was in deze context dat de dan 32-jarige Frederick Jackson Turner, geboren in Wisconsin, zijn frontier thesis uitwerkte. Turner had in 1890 zijn doctoraat afgewerkt over de bonthandel in zijn geboortestaat, aan de John Hopkins University in Maryland, waarna hij teruggekeerd was om geschiedenis te doceren aan de  University of Wisconsin. In 1893 publiceerde hij The Significance of the Frontier in American History.

De frontier thesis stelt dat de Amerikaanse identiteit en democratie werden gevormd door de continue expansie naar het Westen en het steeds verschuiven van de grens, weg van de oorspronkelijke “Europese” kolonies. Met elke westwaartse uitbreiding moesten de kolonisten zich aanpassen aan de nieuwe omgeving en de bijhorende gevaren. Hierdoor ontstond een laagdrempelige, egalitair, democratische maar eveneens gewelddadige en extreem individualistische samenleving, die haaks stond op de elitaire instituten en formele praktijken van de Europese voorouders. Het verklaarde eveneens, aldus Turner, waarom individueel privébezit zo belangrijk was binnen de Amerikaanse identiteit en samenleving. De thesis was dus een manier om door middel van de geschiedwetenschap de aard van de Amerikaanse natie en haar inwoners te verklaren.

But the most important effect of the frontier has been in the promotion of democracy here and in Europe. As has been indicated, the frontier is productive of individualism. Complex society is precipitated by the wilderness into a kind of primitive organization based on the family. The tendency is anti-social. It produces antipathy to control, and particularly to any direct control. The tax-gatherer is viewed as a representative of oppression. Prof. Osgood, in an able article, has pointed out that the frontier conditions prevalent in the colonies are important factors in the explanation of the American Revolution, where individual liberty was sometimes confused with absence of all effective government. The same conditions aid in explaining the difficulty of instituting a strong government in the period of the confederacy. The frontier individualism has from the beginning promoted democracy.

Tegelijk moest Frederick Jackson Turner constateren dat de Verenigde Staten nu met een closed frontier zat. Naar aanleiding van de census van 1890 had de hoofdopzichter van de volkstelling verklaard dat de expansie van het Westen zodanig gevorderd was dat “there can hardly be said to be a frontier line.” Het was niet duidelijk wat het eindigen van de grens zou veroorzaken. Amerika was volop aan het industrialiseren en de steden werden geconfronteerd met massamigratie, en bijhorende verpaupering. Zonder de belofte van het avontuur en het verleggen van de grens was het maar de vraag welke dynamiek deze nieuwe realiteit, in de zogeheten Gilded Age, een periode van grote rijkdom, maar eveneens van raciale en populistische tegenbewegingen, zou teweegbrengen.

The stubborn American environment is there with its imperious summons to accept its conditions; the inherited ways of doing things are also there; and yet, in spite of environment, and in spite of custom, each frontier did indeed furnish a new field of opportunity, a gate of escape from the bondage of the past; and freshness, and confidence, and scorn of older society, impatience of its restraints and its ideas, and indifference to its lessons, have accompanied the frontier. What the Mediterranean Sea was to the Greeks, breaking the bond of custom, offering new experiences, calling out new institutions and activities, that, and more, the ever retreating frontier has been to the United States directly, and to the nations of Europe more remotely. And now, four centuries from the discovery of America, at the end of a hundred years of life under the Constitution, the frontier has gone, and with its going has closed the first period of American history.

Het belang van de frontier

De frontier thesis werd lange tijd gezien als een van de belangrijkste principes binnen de Amerikaanse geschiedschrijving, maar was vanwege de aard van de these ook een concept waarmee men in bredere zin het Amerikaans-zijn, de eigenheid van de relatief jonge natie probeerde te verklaren. Het had ook een duidelijke politieke weerslag. Het is echter fout te stellen dat het de basis was van het Amerikaanse imperialisme dat vanaf de jaren 1890 geïntensifieerd werd, met onder andere de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898.

Het principe van manifest destiny, waarbij werd geloofd dat het door een soort van voorzienigheid, een lotsbestendigheid, was dat de Amerikaanse kolonisten het Noord-Amerikaanse continent zouden bevolken, vond in het midden van de 19de eeuw ingang bij de Democraten, en werd later opgepikt door de Republikeinen, die het aan het einde van de 19de eeuw wél gingen linken aan overzeese expansie, en dus verder gingen dan in de oorspronkelijke context bedoeld was. De frontier thesis was dus niet nodig om af te stappen van de conservatievere interpretatie van de Monroe-doctrine (1823). Deze stelde dat Amerika aan de Amerikanen was en dat de Europese grootmachten zich niet mochten moeien met de jonge Latijns-Amerikaanse staten. En, niet onbelangrijk, dat de VS bijgevolg haar invloedssfeer kon uitbreiden).

We owe it, therefore, to candor and to the amicable relations existing between the United States and those powers to declare that we should consider any attempt on their part to extend their system to any portion of this hemisphere as dangerous to our peace and safety. With the existing colonies or dependencies of any European power, we have not interfered and shall not interfere. But with the Governments who have declared their independence and maintained it, and whose independence we have, on great consideration and on just principles, acknowledged, we could not view any interposition for the purpose of oppressing them, or controlling in any other manner their destiny, by any European power in any other light than as the manifestation of an unfriendly disposition toward the United States.

xmonroe-pagespeed-ic-al3xx218m_
James Monroe (1758-1831)

De frontier thesis is dus niet te plaatsen in dezelfde categorie als de theorieën van Friederich Ratzel, die mee aan de basis zouden liggen van het later door de Nazi’s geclaimde concept Lebensraum. Turner wou eerder verklaren dan sturen, en voor hem was de frontier een intern dynamisch gegeven en geen reden om nieuwe gebieden te veroveren of de invloedssfeer te vergroten. Dat het wel invloedrijk was, is te merken aan het gebruik ervan door onder andere Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy. Roosevelt refereerde naar de these m.b.t. de uitbouw van een sociaal zekerheidssysteem.

We have come a long way. But we still have a long way to go. There is still today a frontier that remains unconquered–an America unclaimed. This is the great, the nationwide frontier of insecurity, of human want and fear. This is the frontier–the America–we have set ourselves to reclaim.

John F. Kennedy gebruikte in 1960 de term dan weer in zijn acceptance speech op de Democratic National Convention, en hoewel hij het zelf niet meer zou meemaken, zou nog voor het einde van het decennium de Amerikaanse vlag ook op de maan geplant worden.

We stand today on the edge of a New Frontier — the frontier of the 1960s, the frontier of unknown opportunities and perils, the frontier of unfilled hopes and unfilled threats. … Beyond that frontier are uncharted areas of science and space, unsolved problems of peace and war, unconquered problems of ignorance and prejudice, unanswered questions of poverty and surplus.

Erfenis & kritiek

Het ideaal van de ondernemende, individualistische maar ruwe Amerikaanse eigenheid wordt tot op de dag van vandaag gecultiveerd. De pioniers en kolonisten van het westen hebben nog steeds een bijzonder aura over zich. Dit kwam en komt sterk tot uiting in bijvoorbeeld het western-genre. Zo heeft Frederick Jackson Turner ook zijn stempel gedrukt op de populaire cultuur. Het is niet voor niets dat het cowboy & indianengedeelte in Disneyland Frontierland heet.

frontierland1
Frontierland, Disneyland Parijs

Als verklarend begrip is het tegenwoordig wel veel minder dominant. Hoewel het verankerd is in de mythe van de Wild West, en de vorming van de Amerikaanse natie, wordt nu wel gesteld dat ook in deze gebieden klasse, ras en gender voor divisie hebben gezorgd, en dat er dus geen sprake was van een extreem egalitaire, informele samenleving. Anderen wezen er dan weer op dat het Westen van de VS niet gevormd moest worden, omdat dit al gebeurd was door de native Americans. Ten slotte investeerde de overheid wel veel in het aantrekken en cultiveren van de nieuwe landen en is het dus zeker niet zo dat er zich spontaan een informele, anti-elitaire democratie heeft gevormd, haaks op de structurele hiërarchie van Washington D.C.

Het is duidelijk dat het verklaringsmodel vandaag ietsje te simplistisch is om volledig overeind te blijven. Toch is Turner erin geslaagd om door middel van geschiedenis het historisch en natiebesef van de Amerikanen te kneden, en zo onrechtstreeks zelfs een rol te spelen in de uitbreiding van de Amerikaanse invloedssfeer die vanaf het einde van de 19de eeuw werd ingezet. En hoewel het toeval bepaalt wie uit de lange longlist van boeiende historische figuren op deze pagina’s mag verschijnen, is het misschien niet meer dan gepast om te beginnen met een historicus die een breed publiek wist aan te spreken en zo een  maatschappelijke rol heeft gespeeld.

Geïnteresseerden kunnen het volledige werk hier vinden.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag